Barok voor gevorderden (copy)

Foto: Pedro Ribeiro Simões

Tegenlicht Talk: De Onsterfelijken

Vrijdag 17 augustus 12:45-13:45

In de ban van levensverlengende technologie? Een veel langer leven lijkt haalbaar voor de generatie die nu geboren wordt, maar onsterfelijkheid? Kan dat eigenlijk wel en moet je het wel willen? In deze Tegenlicht Talk gaan Marjan Slob (filosofe) en Peter de Keizer (geneticus) met elkaar in gesprek over onze eeuwige zoektocht naar het eeuwig leven.

Vooraf: Tegenlicht tv, aflevering: De Onsterfelijken 12:00-12:45 uur

DOOR:

George van Hal

De lange weg naar onsterfelijkheid

Een eeuwig leven, wie droomt er niet van?  Maar waar komt die drang om de dood het hoofd te bieden eigenlijk vandaan? En is onsterfelijkheid wel zo leuk? New Scientist-redacteur George van Hal ging op zoek naar de antwoorden.

Wie leeft wil blijven leven. Nogal wiedes, misschien, maar in die dooddoener schuilt een diepere laag, stelt filosoof en onsterfelijkheids-expert Stephen Cave. Wie blijft leven, wint immers het spel van de evolutie, is heer en meester van de biologie. De wens om de dood te verslaan zit ingebakken in ons diepste wezen. Het is een uiting van onze meest basale driften en wensen.

Voor mensen, gezegend en vervloekt met slimme breinen, is de dood simpelweg uitstellen niet langer genoeg. We willen méér: de dood definitief verslaan, oneindig blijven leven. Onsterfelijk worden. Dat we ons dat kunnen voorstellen, onderscheidt ons van andere dieren. Tegelijk is onsterfelijkheid een hardnekkig idee dat die gretige grijze massa in ons hoofd niet graag meer loslaat. In onze fantasie sterven we nooit, maar om ons heen zien we uitsluitend voorbeelden van het tegendeel. Alles dat we zien, sterft uiteindelijk: dieren, planten, andere mensen – zelfs culturen en ideeën. ‘Dat dwingt ons om ook de ultieme persoonlijke apocalyps onder ogen zien’, zegt Cave. ‘We moeten leren leven met het idee dat we aan het eind van de rit het allerergste zullen meemaken dat we ons kunnen voorstellen. Een afschrikwekkende gedachte.’

Onsterfelijke beschaving

Uiteindelijk kun je zelfs elke beschaving beschouwen als een verzameling technieken om ons leven te verlengen, meent Cave. Hij wijst op de zaken waar maatschappijen trots op zijn. Wetten, bijvoorbeeld, die ervoor zorgen dat we elkaar niet doden. Medicijnen die ons gezond houden, gebouwen die ons beschermen tegen de elementen. Stuk voor stuk zaken die onze levens verlengen.

Handig, maar natuurlijk nog lang geen wonderzalfje dat de dood definitief de deur wijst. ‘En dus zoeken beschavingen een andere uitweg’, zegt hij. ‘Soms is dat de belofte van religie of juist van culturele onsterfelijkheid via liederen en standbeelden, zoals bij de Oude Grieken. Zelfs atheïstische beschavingen, zoals communistisch China, bieden de mogelijkheid om onsterfelijk te worden door deel te worden van een grote natiestaat en daarin op een bepaalde manier verder te leven.’

En dus hopen we soms tegen beter weten in op een miraculeus levenselixer, de fontein van de eeuwige jeugd, een slimme methode om ons leven te redden. Steeds weer duiken in culturen verhalen over onsterfelijkheid op. Bij de oude Egyptenaren waren het nog amuletten, talismannen en handig gemengde kruiden. Tegenwoordig wordt diezelfde droom aangezwengeld door de moderne wetenschap, waarin speculatieve ideeën om onze ultieme houdbaarheidsdatum verder op te rekken, om de haverklap voorbij komen. Wetenschappers doen de prachtigste beloftes rond stamcellen, handige genetische trucs en slinkse biotechnologische ontwikkelingen.

Veelbelovend, zoveel is zeker, maar Cave is nog niet overtuigd. ‘Wanneer we terugkijken naar de generaties die achter ons liggen, dan hebben ze in elk geval één ding met elkaar gemeen: ze zijn uiteindelijk allemaal gewoon gestorven’, zegt hij. Dus waarom zou nu juist déze tijd een uitzondering zijn? Maken we onszelf niet gewoon iets wijs zodat we om kunnen gaan met het idee dat er ooit een dag komt dat we zullen sterven? De wens is, zo wil Cave maar zeggen, misschien iets te veel vader van de gedachte. Misschien moeten we ons voorlopig nog niet rijk rekenen. Onze onsterfelijkheid laat wellicht nog even op zich wachten.

Onsterfelijkheid is helemaal niet zo leuk

Bovendien is het maar de vraag of onsterfelijk zijn wel zo leuk is. Natuurlijk: in eerste instantie lijkt het een prachtig vooruitzicht. Wie nooit zal sterven, heeft eindelijk de tijd om al die mooie boeken te lezen of om alle uithoeken van de wereld te zien. Je kunt meer risico’s nemen, je leven uitbuiten tot het maximale. Je kunt elke variant van jezelf zijn die je maar kunt bedenken. Onsterfelijkheid biedt in zekere zin de ultieme vrijheid.

Toch heeft het eeuwige leven ook een keerzijde. ‘Het eerste waar de meeste mensen aan denken, is overbevolking’, zegt Cave. ‘Mensen die in onsterfelijkheid geloven, hebben daar al een antwoord op: je moet kiezen. Je kunt of kinderen krijgen, of onsterfelijk worden.’

Helaas blijkt overbevolking niet het enige nadeel dat aan het eeuwige leven kleeft. Zo zijn veel mensen bang dat ze zich zullen vervelen. Nadat je alle goede boeken hebt gelezen en alle mooie plekken hebt bezocht, resteert immers slechts de deprimerende middelmaat. En dat tot in de eeuwigheid.

‘Toch denk ik dat het wel zal meevallen met de verveling’, zegt Cave. ‘Ook nu doen we immers meer dan genoeg dingen met plezier vaker dan eens.’ Denk aan de opwinding van lekker sporten, het genot van goede seks of het drinken van een mooi glas wijn.

Onophoudelijk genieten is echter niet voldoende voor een geslaagd eeuwig leven. Wie de komende millennia op aarde rondloopt, moet namelijk ook rekening houden met extreme gebeurtenissen, zoals meteorietinslagen, catastrofale vulkaanuitbarstingen of plotselinge kernoorlogen. Wie lang genoeg leeft, krijgt bovendien eersterangs kaartjes voor de totale vernietiging van de aarde – een definitief armageddon van kosmische proporties dat op zijn laatst over ongeveer vijf miljard jaar plaatsvindt, zodra de zon verandert in een rode reus en onze planeet definitief verzwelgt.

Weet je die gebeurtenis op miraculeuze wijze te ontwijken, bijvoorbeeld door te verhuizen naar een ander sterrenstelsel, dan ben je later alsnog de pineut wanneer het einde van het universum zich aandient.

Dat einde kan onder meer de vorm krijgen van een big crunch, waarbij het heelal zich samenperst in een enkel punt. Daar helpt zelfs onsterfelijkheid niet meer tegen. Ook kan het heelal een zogeheten warmtedood sterven, waarbij processen die energie behoeven niet meer mogelijk zijn. Leven en materie kunnen dan niet meer bestaan. Zit je toch maar mooi, met je goede gedrag.

Voordat het heelal eindigt, biedt het eeuwige leven wel nog een geinige, maar bizarre mogelijkheid: je kunt de evolutie van de mens van dichtbij meemaken. Maar of je daar nu zo blij mee moet zijn? Evolutiebioloog Jacob Höglund, verbonden aan de universiteit van Uppsala, betwijfelt het. Sinds Homo sapiens ontstond, zijn de cognitieve mogelijkheden van onze soort alleen maar gegroeid. Volgens Höglund loop je daarom als onsterfelijke de kans dat je uiteindelijk onuitstaanbaar dom bent in vergelijking met jouw sterfelijke soortgenoten.

Uiteindelijk kan die toekomstige mens zo ver zijn geëvolueerd dat je ze niet eens meer als soortgenoten herkent. ‘Het is niet te voorspellen wanneer dat gaat gebeuren’, zegt Höglund. ‘Het is zelfs waarschijnlijker dat onze soort uitsterft voordat we significant veranderen. Dat is in het verleden in elk geval het lot van de meeste soorten geweest.’

Höglund zit daarom zelf niet op onsterfelijkheid te wachten. ‘Ik denk dat het erg eenzaam zou zijn.’ En van Cave hoeft het ook niet. ‘Als je oneindig de tijd hebt, dan heeft tijd geen waarde meer’, zegt Cave. ‘De dood is de ultieme bron van al onze deadlines. Zonder de dood is het leven verder vormloos.’